De Zaak Goodwood Investments: Een Analyse

335mln
14000 beleggers

In totaal hebben circa 14.000 beleggers voor ongeveer €225 miljoen geïnvesteerd via Goodwood

Lage
Rendement

Veel gedupeerde partijen bleven achter met waardeloze participaties en een aanzienlijk financieel verlies, wat de basis vormt voor de huidige schadeclaim procedures.

10k+
Investeerders zoek

Wij zijn nog steeds meer dan 10,000 investeerders kwijt die zich kunnen aanmelden voor de schadeclaim.

Goodwood Investments B.V. was een Nederlandse onderneming die vanaf 1998 grootschalig investeringen aanbood in teakhoutplantages in Brazilië. Particuliere beleggers werden gelokt met diverse garantieplannen, zoals het “Groen Garantie Plan”, die een aantrekkelijk en ogenschijnlijk veilig rendement beloofden. In totaal hebben circa 14.000 beleggers voor ongeveer €225 miljoen geïnvesteerd via Goodwood.

Totaalplaatje: Als je de gerelateerde entiteiten (zoals Floresteca en ATF) erbij optelt, loopt de totale inlegschade op tot boven de € 335 miljoen.

Goodwood & Floresteca

Beleggers kochten certificaten die recht gaven op een deel van de opbrengst van teakplantages. De aanbieders presenteerden dit als een veilige en groene investering. In de loop der jaren bleken de beloftes niet waargemaakt te kunnen worden, raakten de betrokken vennootschappen in financiële problemen en dreigen beleggers hun volledige inleg te verliezen. Er zijn sterke aanwijzingen van wanbeleid en misleiding.

De casus rondom GoodWood Investments, de Stichting Amazon Teak Foundation (ATF) en de Braziliaanse entiteit Floresteca S.A. vertegenwoordigt een van de meest omvangrijke en complexe dossiers op het gebied van teakbeleggingen in de Nederlandse geschiedenis. Wat begon als een ecologisch verantwoorde investeringspropositie in de jaren negentig, is door de decennia heen getransformeerd tot een juridisch slagveld dat zich inmiddels uitstrekt van de rechtbanken in Amsterdam en Rotterdam tot federale hoven in New York. De kern van de problematiek ligt in de spanning tussen de biologische realiteit van traaggroeiend hardhout in Mato Grosso en de agressieve financiële beloften die aan circa 14.000 Nederlandse particuliere beleggers werden gedaan.

De fundamenten van het GoodWood-imperium werden gelegd in een tijdperk waarin groen beleggen in Nederland een sterke fiscale en maatschappelijke stimulans kende. GoodWood Investments B.V. werd officieel opgericht op 7 mei 1998, maar de operationele wortels reiken dieper via de voorganger Green Capital. De marketingstrategie van deze periode was gestoeld op het creëren van een imago van onverwoestbare betrouwbaarheid en ecologische noodzaak. Er werd nadrukkelijk gezocht naar associaties met gerenommeerde instanties zoals het Wereld Natuur Fonds (WNF), waarbij de indruk werd gewekt dat de investering niet alleen financieel lucratief was, maar ook een directe bijdrage leverde aan de bescherming van het tropisch regenwoud door de druk op natuurlijke bossen te verminderen via gecertificeerde plantages.  

In 1998 formaliseerde GoodWood een strategisch samenwerkingsverband met de Stichting Amazon Teak Foundation (ATF). Deze structuur was bedoeld om een scheiding aan te brengen tussen de commerciële verkooporganisatie en de beheerder die over de belangen van de beleggers moest waken. De beleggers kochten participaties in de vorm van rechten op de opbrengst van teakbomen (Tectona Grandis) die werden aangeplant op de uitgestrekte gronden van de Braziliaanse vennootschap Floresteca S.A. in de deelstaat Mato Grosso. Deze juridische drieslag — verkoper, beheerder, bosbouwer — zou later de bron worden van grote onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en de afdwingbaarheid van claims

 

 

De invoering van de Wet op het financieel toezicht (Wft) markeerde een omslagpunt voor de teakbranche. Voorheen opereerden veel aanbieders van teakparticipaties in een relatief ongereguleerd gebied. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kreeg echter de bevoegdheid om toezicht te houden op zogenaamde “beleggingsobjecten”. Bij de beoordeling van GoodWood in 2008 rezen ernstige twijfels over de houdbaarheid van het businessmodel.

Op 21 maart 2008 verleende de AFM weliswaar een vergunning aan GoodWood Investments B.V., maar deze was uitsluitend bedoeld voor het beheren van reeds bestaande beleggingsobjecten. Het werd het bedrijf expliciet verboden om nieuwe investeringen aan te trekken. Deze maatregel was een directe reactie op de vaststelling dat de operationele kosten en de beloofde uitkeringen aan participanten grotendeels werden gefinancierd uit de opbrengsten van nieuwe verkopen, een mechanisme dat sterke gelijkenissen vertoonde met een Ponzi-structuur.  

De gevolgen van dit verkoopverbod waren onmiddellijk zichtbaar. Zonder de instroom van vers kapitaal droogde de liquiditeit van GoodWood Investments B.V. snel op. De kosten voor het beheer van de uitgestrekte plantages in Brazilië liepen immers door, terwijl de bomen nog jaren verwijderd waren van hun commerciële piekopbrengst. De AFM waarschuwde beleggers dat bij dergelijke objecten vaak 25% tot 40% van de inleg werd geconsumeerd door provisies en organisatiekosten, waardoor de resterende waarde in de grond onvoldoende was om de operationele schokken op te vangen.  

In november 2010 intensiveerde De Nederlandsche Bank (DNB) het toezicht door een “stille” curator aan te stellen bij GoodWood Investments B.V.. De taak van deze curator was om de financiële afgrond te overzien en te voorkomen dat het bedrijf ongecontroleerd zou imploderen. De situatie bleek echter onhoudbaar. Op 7 december 2010 werd het faillissement van GoodWood Investments B.V. uitgesproken door de rechtbank in Rotterdam. De curator, mr. M.N. de Groot, stelde vast dat er onvoldoende liquide middelen waren om aan de verplichtingen jegens zowel de beleggers als de bosbouwers in Brazilië te voldoen.  

Met het wegvallen van de commerciële entiteit GoodWood Investments kwam de verantwoordelijkheid voor het beheer volledig te liggen bij de Stichting Amazon Teak Foundation (ATF). Deze transitie was juridisch complex omdat ATF weliswaar de beheerrol had, maar niet over de infrastructuur of de middelen beschikte die voorheen door GoodWood werden geleverd. De Stichting Administratie- en Trustkantoor Tectona (SATT) fungeerde hierbij als de juridische eigenaar van de bomen, terwijl Floresteca S.A. verantwoordelijk bleef voor de fysieke bosbouwactiviteiten.  

De financiële positie van ATF was vanaf de overdracht precair. In de verslagen van de curator van GoodWood werd opgemerkt dat ATF onvoldoende middelen had om de beheerstaken naar behoren uit te voeren. Er hing een vordering van € 152.370 boven het hoofd van ATF, wat de operationele begroting direct in gevaar bracht. Om de plantages te kunnen blijven onderhouden, werd van de participanten gevraagd om jaarlijkse instandhoudingskosten te betalen, vaak in de orde van grootte van 100 euro per jaar. Voor veel beleggers, die al jaren wachtten op rendement, was deze extra last onacceptabel, wat leidde tot een versplintering van de participanten in diverse belangenverenigingen.

De periode tussen 2011 en 2017 werd gekenmerkt door een voortdurende strijd om de financiering van het bosbeheer. ATF trachtte via prospectussen en nieuwe beheerovereenkomsten de projecten vlot te trekken, maar stuitte op weerstand van zowel de AFM als kritische beleggersgroepen. Uiteindelijk bleek de financiële last ook voor ATF te zwaar. Op 15 mei 2017 werd ATF ontbonden, waarbij een schuldenlast van circa 1,5 miljoen euro achterbleef. De rechtbank Amsterdam oordeelde later dat het faillissement van GoodWood en de daaropvolgende ontbinding van ATF “rampzalig” waren voor de projecten, omdat hiermee de centrale regie en de controle op de plantages feitelijk waren weggevallen.  

 

Terwijl de Nederlandse beheerstructuren instortten, bleef de biologische realiteit in Brazilië bestaan. Floresteca S.A. (thans Floresteca S/A) beheert nog altijd een aanzienlijk areaal aan teakplantages in Mato Grosso. Echter, de schaal en de intensiteit van het beheer zijn door de jaren heen sterk veranderd onder invloed van de financiële malaise in Nederland en de veranderende marktomstandigheden voor tropisch hardhout.

Areaalontwikkeling en personele bezetting

Oorspronkelijk was er sprake van een aangeplant areaal van 19.528 hectare. Begin 2022 was hiervan nog 13.165 hectare over als staand bos. De daling in het areaal is te wijten aan de reguliere eindkap van de oudste percelen (geplant vanaf 1994), maar ook aan het verlies van pachtgronden door juridische conflicten met lokale grondeigenaren. Het personeelsbestand van Floresteca S/A is eveneens gedecimeerd: waar het bedrijf in zijn hoogtijdagen honderden arbeiders in dienst had, was dit aantal eind 2022 geslonken naar slechts 15 actieve werknemers, verspreid over 18 boerderijen.

Om de operationele continuïteit te waarborgen, is Floresteca een partnerschap aangegaan met TRC Agroflorestal Ltda (TRC), een van de grootste teakbeheerders in Brazilië. TRC verzorgt de feitelijke oogst, het transport en de verkoop van het hout, terwijl Floresteca zich richt op het basisonderhoud zoals dunningen en wegherstel. Dit model is bedoeld om de kapitaalbehoefte van Floresteca te minimaliseren, maar het betekent ook dat een aanzienlijk deel van de marge nu bij de externe beheerder TRC terechtkomt.

De technische uitdagingen van teakbeheer

Het beheer van de plantages is in de huidige fase gericht op de zogenaamde “final harvests” (eindkap). Dit proces is onderhevig aan diverse technische en ecologische risico’s die direct invloed hebben op het rendement voor de participanten:

  1. Dunningen en Snoeien: Voor een optimale groei van de resterende bomen zijn tijdige dunningen essentieel. Wanneer dunningen worden uitgesteld wegens gebrek aan financiële middelen, stagneert de diktegroei van de stammen, wat de waarde van het hout bij de eindkap verlaagt.

  2. Onkruid- en Spruitcontrole: Na een dunning kunnen de boomstronken opnieuw gaan uitlopen (sprout control). Sinds 2019 hanteert Floresteca een methode waarbij herbiciden direct op de stronken worden aangebracht om te voorkomen dat nieuwe scheuten de groei van de hoofdbomen belemmeren.

  3. Infrastructuur: De toegang tot de afgelegen percelen in Mato Grosso vereist constante investeringen in wegensysteemen. Voor de projecten die gepland staan voor de periode 2021-2024, zoals Paiolandia en Duas Lagoas, is grootschalig wegherstel noodzakelijk om het hout fysiek de plantages af te kunnen transporteren.

  4. Certificering: Floresteca heeft voor het merendeel van haar bossen sinds 1997 de FSC-certificering behouden. Dit certificaat is cruciaal voor de toegang tot de Europese en Noord-Amerikaanse markten, hoewel de meeste teakstammen momenteel hun weg vinden naar Azië (voornamelijk India en Vietnam).

Projectnaam Plantjaar Status / Planning (2022-2024)
Bocaina 1998 Volledig geoogst voor eind 2022.
Paiolandia 1997-1998 Eindkap gestart in 2021; naar verwachting eind 2022 afgerond.
Duas Lagoas 2000-2001 Eindkap aanbevolen voor de periode 2021-2024.
Cacimba 2002-2003 Eindkap gepland voor 2023-2024.
Barranquinho 2002-2003 Eindkap gepland voor 2023-2024.
Mutum 2007 Laatste reguliere dunningen uitgevoerd in 2021.

De financiële opbrengsten van deze oogstactiviteiten zijn echter wisselvallig. In 2023 werd een omzet uit houtverkoop geprojecteerd van circa 9,4 miljoen USD, gebaseerd op een volume van 116.000 m³ tegen een gemiddelde prijs van 81 USD per m³. Hoewel dit aanzienlijke bedragen lijken, moeten de operationele kosten, de historische schulden van ATF en de beheersvergoedingen voor TRC hiervan worden afgetrokken voordat er sprake kan zijn van een uitkering aan de participanten. Bovendien is er een significante achterstand in de uitbetaling van reeds gerealiseerde oogsten uit voorgaande jaren, die eind 2021 werd geschat op 13,9 miljoen USD.

Een van de meest schokkende aspecten van de GoodWood/Floresteca casus is de extreme discrepantie tussen de gerapporteerde waardes van de houtopstand door de jaren heen. Deze waarderingen waren voor veel beleggers het belangrijkste argument om hun participaties aan te houden of zelfs extra inleg te plegen.

In 2006 liet GoodWood de bossen taxeren door de onafhankelijke kwaliteitscontroleur SGS, wat resulteerde in een geschatte waarde van circa 2,4 miljard euro. In de jaren die volgden, publiceerde Floresteca zelf nog optimistischer cijfers. In 2010 en 2013 werden waarderingen naar buiten gebracht die varieerden tussen de 4 en 5 miljard euro. Deze cijfers suggereerden dat de inleg van de beleggers verveelvoudigd was.  

Echter, op het moment dat de juridische druk toenam en beleggers uitbetaling eisten, sloeg de retoriek om. In recente rechtszaken spraken de gedaagde partijen over een resterende waarde van niet meer dan 0,5 miljard euro. Deze plotselinge afwaardering van 90% ten opzichte van de piekwaarderingen is een kernpunt in de beschuldigingen van wanbeleid en fraude. Belangenbehartigers stellen dat de hoge waarderingen werden gebruikt om een schijn van solvabiliteit op te houden, terwijl de werkelijke verkoopopbrengsten van het hout — geremd door tegenvallende diktegroei en dalende wereldmarktprijzen — nooit in de buurt van deze miljardenbedragen zijn gekomen.  

De juridische strijd en de rol van belangenbehartigers

De ineenstorting van de centrale beheerstructuur leidde tot een golf van juridische procedures en de opkomst van diverse stichtingen die claimen voor de participanten op te komen. Dit deel van het dossier wordt gekenmerkt door onderlinge rivaliteit en beschuldigingen van opportunisme.

De Vereniging van Teakwood Participanten (VTP)

De VTP is een van de oudste en meest actieve belangenorganisaties in dit dossier. Zij waren verantwoordelijk voor de procedure bij de rechtbank Amsterdam in 2015/2016, gericht op het ontslaan van de bestuurders van ATF en SATT wegens wanbeleid. Hoewel de rechtbank dit verzoek aanvankelijk afwees, bleef de VTP de drijvende kracht achter de zoektocht naar een alternatieve beheerder.  

Na de ontbinding van ATF in 2017 heeft de VTP getracht de Hollandse Bosbouwmaatschappij (HBM) naar voren te schuiven als nieuwe beheerder om de resterende assets in Brazilië veilig te stellen. De juridische context waarin dit gebeurt, is die van “onvoorziene omstandigheden”: de oorspronkelijke afspraken uit de jaren negentig zijn door de faillissementen van de centrale partijen onuitvoerbaar geworden, waardoor de rechter nu moet interveniëren om een redelijke afwikkeling mogelijk te maken.  

Het Bureau Fraude Recht & Geldzaken en de €570M Ponzi-claim

Een grote rol is nu weggelegd voor de Stichting Bureau Fraude Recht & Geldzaken uit Almere. Het bureau profileert zich als een agressieve bestrijder van de vermeende fraude door de “Floresteca en Goodwood groep”. 

Het bureau eind 2025 een opmerkelijke internationale stap gezet. Er is een procedure gestart in een federale rechtbank in New York om bewijsmateriaal te verzamelen (discovery) bij twaalf grote Amerikaanse banken. De claim luidt dat er sprake is van een grootschalig Ponzi-schema ter waarde van 570 miljoen euro. De eisers vermoeden dat aanzienlijke sommen geld van beleggers via internationale trustrekeningen zijn weggesluisd naar andere bestemmingen dan de Braziliaanse bossen.